Geo De Bruycker
Onderscheidingen
2007
- Laureaat ‘Hat Art’ Galerie ‘De nieuwe Vaart’ Gent
2002
- Prijs van de Minister dhr. Marc Verwilghen ter gelegenheid van de Nationale Wedstrijd voor Schilderkunst van het August Vermeylenfonds Oostende
- Eervolle vermelding wedstrijd Plastische Kunst 2002 Schilderkunst Keerbergen
1998
- 2de prijs Schilderen Kunstkring Rumst
- Selectie Kunstkring Meise Maurits Naessensprijs.
Artistieke vorming
ACADEMIE VOOR BEELDENDE KUNSTEN
GENT
- Experimentele schilderkunst
ACADEMIE VOOR
BEELDENDE KUNSTEN VAN HET GEMEENSCHAPSONDERWIJS
ANDERLECHT
- Specifiek artistiek atelier schilderkunst en
tekenkunst.
- Kwalificatie specialisatie schilderkunst.
- Kwalificatie artistiek atelier tekenen
- Vrije Grafiek: ets- en zeefdruktechniek,
linosnede.
AQUARELKURSUS METHODE KOKOSCHKA SINT-MARTENS-LATEM
S.A.S.K. STEDELIJKE
AKADEMIE VOOR SCHONE KUNSTEN DEINZE
- Schilderkunst
- Artistiek Atelier Tekenen
HOGER SINT-LUCASINSTITUUT
GENT
- Binnenhuiskunst
- Plastische kunsten
Individuele tentoonstellingen
2007
-
TXT-uur Galerij De Nieuwe Vaart Gent
2006
- ‘Schriftuur’ Kasteel Viteux De Pinte
2003
- Art-in-Progres Xpo Kortrijk
2000
- ‘t Klooster De Pinte
- Galerij ‘De Lange Gang’ H. Maagdcollege Dendermonde
1999
- Moeder Agnes Brakel
- Galerij Valkenberghoeve Brakel
1998
- Holiday Inn Gent Expo
- Stedelijke Openbare Bibliotheek Sint Denijs Westrem
- Galerij “59” Laarne
1995
- ’t Pauwken Destelbergen.
1993
- Rijexamencentrum Sint-Denijs-Westrem.
Groepstentoonstellingen
2007
- ‘Hat Art’ Galerij ‘De nieuwe Vaart’ Gent
- Rencontres’ Atelier de gravure
- Academie Royale des Beaux-Arts de Liège
- Golflengte’ Kasteel Claeys-Bouüaert Mariakerke (Gent)
2006
- ‘Kreatief’ Gemeentehuis De Pinte
- ‘Het beeld voorbij’ Westrand Dilbeek
2005
- ‘Bezet Kasteel’ Kasteel La Motte Sint-Ulriks-Kapelle
- ‘De Kromme Boom’ Oostakker
- Walking Through Pictures’ Anderlecht
- Volvo pro Arte 82 Gent
2004
- Volvo pro Arte 78 Gent
- ‘Kreatief’ Gemeentehuis De Pinte
- ‘Papier gedrukt’ Gemeenschapscentrum de Oude Pastorie Kapelle-op-den-Bos
- Palais des Beaux Arts Brussel
- Galerie Pygmalion Anderlecht
- ‘De Kromme Boom’ Oostakker
2003
- Art Event Bouwcentrum Antwerpen
- Art-in-Progres Expohallen Kortrijk
- Jubileumexpo 100 jaar Don Bosco Gent
- Vlaamse gemeenschapscommissie Brussel
Elk menselijk individu wil een spoor nalaten in dit maatschappelijk bestel. Kunstenaars bewerkstelligen dit uitdrukkelijk door te werken met aanschouwelijke middelen en creëren voortdurend nieuw beeldmateriaal. De enen trekken een tracé van natuursteen en sporen een taal van marmer, graniet of gebakken klei, anderen laten een jargon na van olieverf, acrylaat, aquarel, grafiet, grafiek en dergelijke meer.
Ook ik als schilder en graficus ontsnap hieraan niet. Hierbij gebruik ik, zoals elk ander kunstenaar tekens, die echter refereren naar schrifttekens omdat dit wel de meest archaïsche vorm van communicatie is. De keuze van de spontaan aangebrachte tekens worden moedwillig onleesbaar weergegeven. Zo ontstaat een geëigende schriftuur. Zoals tekens die tot ons komen uit prehistorische tijden, of zelf aangebrachte iconen (‘litteken') in de betekenis van ‘kunstmatig’ veroorzaakt. Deze tekens komen tot stand in de vorm van een ‘écriture automatique’ waarin men het onbewuste naar de oppervlakte wil halen om deze te doorgronden. Bij het aanschouwen van deze verzameling tekens beroepen we ons op een zekere semantiek als taalkundige leer van de betekenis en de betekenisveranderingen.
Voor een schilder is het allerbelangrijkste de vreugde van het creëren in het atelier. Het is de actie van het doen, het mentaal bezig zijn met schilderen, het bedenken van het concept dat het meeste genoegdoening geeft. Emotionele en geestelijke behoeften worden hierdoor ingevuld, zowel bij de schilder als bij de aanschouwer. Daarbij is schilderen een alternatieve communicatievorm waarbij men inhoud kan geven die men noch verbaal, noch literair kwijt kan. Het is een synthese van je eigen levensverhaal, je eigen levenservaring en opgedane wijsheid waarin (in mijn geval) elke anekdote of uitdrukkelijke boodschap wordt vermeden.
De confrontatie van een schilderij of een ander kunstwerk roept hedendaags ongetwijfeld vele vragen op. Bij het bekijken van een schilderij kan er in de gunstige gevallen een ‘click’ van communicatie ontstaan tussen de aanschouwer en het kunstwerk. Hierbij rijst dikwijls de vraag: ‘Hoe komt het dat dergelijk schilderij me raakt, spijts de ontstentenis van elk figuratief beeld?’. Het feit dat kunstwerken vragen oproepen om ze proberen te beantwoorden noopt tot even ‘stilstaan’, ‘bezinnen’ over het existentiële bestaan.
Geo De Bruycker
tentoonstelling georganiseerd door Niva
TXT-uur
Grafiek en schilderijen van Geo De Bruycker
29 september tot 14 oktober 2007


Een bedrukte offsetplaat uit één blad aluminium vond zijn weg doorheen het Hat Art Evenement naar deze tentoonstelling van Geo De Bruycker.
En die speelt zich af tussen deze Hoge Priesterlijke Hoed en dit Hoedje van Papier, tussen het zinnebeeld voor het volle gewicht van de macht van schrifttekens, gefixeerd in rituelen, tot de speelse ontmythologiserende kracht van de poëtische verbeelding.
Het was dit hoedje,
Geos hoedje dat mij eerst trof, niet dat ik
hem hiermee op een stokpaardje en het zwaard van
Tuizentfloot, meteen, aha, ten strijde
zie trekken, het woestijnzand in,
om laag na laag als bij een ui,
verzonken verhalen op te diepen,
ten einde als glorieus paleograaf het doek
met olieverf te lijf te gaan.
.
Verhalen waarbij ongeletterden gebukt gaan onder de magie van een dwingende tekst tot verhalen van geletterden die zoeken naar de mythe achter een onleesbare schriftuur.
.
Zo is er het
verhaal van de vondst in het zand aan de
oostelijke zijde van de Dode Zee in Dhiban,
waar een Arabische gids aan een zendeling uit de
Elzas, Klein genaamd,
een zwarte basalten steen toonde van ongeveer
1,20 hoog en half zo breed.
Er stond een tekst op die nog niemand had kunnen
ontcijferen, werd Klein verzekerd.
Hij begreep
ogenblikkelijk dat het hier om een belangrijke
vondst ging, maar hij had de pech dat het juist
bijna zonsondergang was.
En de zon gaat in die streken veel sneller onder
dan in onze contreien.
Dus had hij nog wat tekens kunnen natekenen om
later uit te zoeken, toen zijn gids hem duidelijk
maakte dat zij nu echt moesten vertrekken en hij
de steen moest achterlaten.
Eenmaal terug in
Jeruzalem, waarschuwde Klein de Pruisische
consul.
Deze toonde belangstelling, maar ook Engelsen en
Fransen die over de stèle hadden gehoord, deden
moeite hem te verwerven.
Zoveel interesse maakte
de plaatselijke bevolking wantrouwig.
Zij besloten dat de steen waaraan zij magische
krachten toeschreven, niet in handen van de
vreemdelingen mocht vallen.
De steen werd daarom verhit; er ging koud water
overheen en door de plotselinge afkoeling barstte
hij uit elkaar.
Nu was hun steen veilig voor de roofzucht van de
westerlingen en konden de inwoners van Dhiban de
brokstukken voortaan als amulet gebruiken in hun
graanopslagplaatsen - de bijzondere kracht van de
steen zou de oogst beschermen, ook al lag hij nu
in stukken.
Bijna was deze zeer
belangrijke tekst op die manier voor altijd
verloren gegaan, ware het niet dat een
ambitieuze, jonge Fransman Charles
Clermont-Ganneau eerder papieren afdrukken van de
steen had laten maken.
Niet zonder risico voor zijn knecht, die de
afdruk maakte en daarmee de woede van de
bevolking op zijn hals haalde.
Clermont-Ganneau wist
bovendien ongeveer tweederde van de
oorspronkelijke steen - in fragmenten weliswaar -
in handen te krijgen door met goudstukken te
rinkelen.
De brokstukken kwamen via Jeruzalem in het Louvre
te Parijs terecht, waar de steen weer in elkaar
werd gezet en op grond van de afdrukken
aangevuld. Niet alles viel meer te reconstrueren,
omdat de afdruk het slotgedeelte niet had
meegenomen. Toch is de tekst voor het merendeel
zonder meer te lezen.
.
Zo is er,
dames, het verhaal uit Bemidbar,
In de Woestijn, hoofdstuk 5
Voor een man over wie de
geest van jaloersheid is ontbrand:
De priester zal de vervloekingen schrijven
op een rol en dan wegwissen in het bittere
gewijde water.
Dan laat hij de vrouw drinken, het bittere water
dat vloek brengt
Geschieden zal het als zij in ontrouw trouweloos
geweest is tegen haar man:
komen zullen in haar de vloekbrengende wateren
worden zal zij tot verwensing in de kring van
haar gemeenschap.
En als de vrouw zich niet besmet heeft, rein is
zij, ongedeerd blijft zij
Zo is er, heren, het verhaal uit Platos Phaedros waar Socrates ons zegt:
ik kom niet onder het gevoel vandaan, Phaedros, dat schrijven bedroevend veel lijkt op schilderen; ook al vertonen de creaties van de schilder een verschijningsvorm van het reële leven, toch, zo je daar vragen over stelt, bewaren ze een zwaarwichtig zwijgen.
En hetzelfde kan je
zeggen over speechen.
Je zou toch denken dat ze schrander zijn,
maar wil je echt iets te weten komen en je stelt
één van de twee (de schilder of de spreker naar
gelang) een vraag, dan krijg je steevast het
zelfde antwoord: euh
Neen zou ik zo zeggen in Phaedros plaats, de uiterlijke verschijningsvormen die ons in de war brengen, zijn de weerslag van de achterliggende beweegredenen, eigen aan het privédomein, en daarom niet minder waar, want essentiëel voor het scheppen van kunst.
Schrift heeft namelijk een tweesnijdend lemmet, enerzijds brengt het de heilige waarheid die mensen in haar greep wil houden en anderzijds stimuleert zij het intellectuele avontuur die de wijsheid met vreugde omarmt.
Zo heeft Geo het schrift met vreugde omarmd en geeft elk van ons de kans om in alle sereniteit op zoek te gaan naar de eigen verhalen in een ruimte, ontdaan van hen die ons doen buigen voor die ene mythe die zij waarheid noemen.
Tot slot kan ik enkel het woord laten aan de droom van de poëzie uit Jacques Hamelinks werk:
diep
in het ongevensterde,
in de bewustzijnsspinde,
bij de tijdsteen,
ijsgekoeld,
ademt zich vrij, onbecijferbaar,
je zoveelste spraakgestalte.
Ik dank u
Xavier Couplet &
Daniel Heuchenne, Religions et Développement:
écriture pp. 50-54;
K.A.D. Smelik, Neem een boekrol en schrijf: De
vondst pp.41-44
Pieter Oussoren, De Naardense Bijbel, Nu.5,11-31
Plato, Phaedrus:
http.//classics.mit.edu/Plato/phaedrus.html
Jacques Hamelink, De droom van de poëzie, Ons
Erfdeel Jrg. 40, 1997; digitale bibliotheek voor
de Nederlandse letteren
tijdens deze tentoonstelling gaf Geo in de galerij uitleg over zijn werk en illustreerde dat met een drukpers


HAT ART
Geo De Bruycker is de Laureaat van de Wedstrijd HAT ART van Niva
De wedstrijd startte met de gelijknamige tentoonstelling van Sylvie De Craemer en Vincent Obert de Thieusies op 2/2/07.
HAT ART
TOELICHTING BIJ DE 3 ONTWERPEN IN ALU-PLATEN
Uitgangspunt
Hierbij ben ik gestart vanuit een basisvorm die bij iedereen bekend is, van één blad dagbladpapier maakt men als kind een hoed van papier. De vorm wordt tot stand gebracht door het plooien van het basismateriaal. Op deze wijze krijgt het wegwerpmateriaal een nieuw leven. En ? in één, twee, drie, vier heeft men een hoedje van papier. Uit deze verworvenheid als kind wilde ik dan ook de volgende principes wilde aanhouden: het economische karakter, eenvoud van vervaardiging, eenvoud van vorm.
1° Economisch qua karakter:
Goedkoop door het gebruik van recycleerbaar materiaal en optimale gebruik van de grondstof.
Als basismateriaal wordt hier reeds bedrukte offsetplaten in aluminium aangewend, wat eveneens een wegwerpmateriaal is. Alle ontwerpen zijn vervaardigd uit één blad, waarbij geen enkel snijverlies werd getolereerd. Eén ontwerp bestaat uit een plaat die doormidden werd gesneden.
2° Eenvoud van vervaardiging (economisch fabricageproces)
Ook het idee om het materiaal te plooien is ook hier zoveel mogelijk gerespecteerd. Door het plooien wordt de uiteindelijke grootte en vorm bepaald.
3° Eenvoud van vorm.
?Form follows function? is de grondgedachte. De vorm moet dus minimalistisch zijn, waar men niets kan aan toevoegen, noch iets kan van wegnemen. Elke vorm van ornamentatie wordt hier in alle opzichten gemeden.
De aangebrachte schrifturen (alle hoeden vertonen een vorm van schriftuur) zijn echter geen versiering maar ondersteunen functioneel de hoedvom.
De schrifturen zijn een logisch gevolg van mijn werk dat de laatste jaren 'communicatie' als uitgangspunt heeft. Zoals een beschaafde en intellectuele conversatie een bepaalde status vertoont binnen deze communicatieve maatschappij, zo kan ook de hoedvorm de status van de persoon in kwestie, die deze hoed draagt, zijn status weergeven. Notarissen, kunstenaars, religieuzen en zo verder herkennen we trouwens aan hun hoofddeksel.
De schrifturen opgevat als ?eigenlijke schrifturen? zijn echter niet leesbaar. Hier wordt geen expliciete boodschap meegegeven. Doch de tekens versterken de communicatievorm van de hoed. Het ?hoedje van papier? vertoont herkenbare dagbladtekens en hebben eerder een democratisch karakter. De twee andere hoedvormen, die vormelijk naar een hogere status verwijzen, bezitten eerder tekens met een mysterieus of esoterisch karakter. Zij onderstrepen de belangrijkheid en het gezag van diegene die zich dergelijk hoofddeksel toe-eigent.




