Arthur Houtman

Arthur Houtman en
Sus Van Poucke
tentoonstelling van juwelen en grafiek
tentoonstelling van 31 januari
tot 22 februari 2009
inleiding op het werk van Arthur Houtman door Hendrik Braem

Kunstenaar
Maar voor alles is Arthur Houtman kunstenaar,
niet in de conceptuele zin, maar als een goed
geschoolde ambachtsman met liefde voor het
materiaal. Hij spreekt met passie over het
ontwerpen en vorm geven van juwelen, het
uitzoeken van geschikte stenen en parels.
Na een driejarige opleiding bij een meester-goudsmid en een opleiding restauratie van kunstwerken in edelmetaal vestigde hij zich in 1981 als zelfstandig edelsmid en ontwerper van juwelen in Aalst.
Ontwerpen
Vooral zijn studie van het verre Oosten en
interesse voor de Art Nouveau, een hoge
kunstzinnige periode in de juwelenkunst,
beïnvloeden zijn ontwerpen. Elk ontwerp wordt
handgemaakt en voldoet aan de hoogste vakkundige
eisen, wat weerspiegeld wordt bij het dragen van
het juweel. Het materiaal, goud van 18 karaat, en
de parels en edelstenen worden zorgvuldig
geselecteerd in overeenstemming met het ontwerp,
wat in een zeer waardevol sieraad resulteert.

Elk juweel wordt naar de persoon voor wie het
bestemd is, getekend en besproken voor het aan de
werkbank op artisanale wijze met de meeste zorg
wordt gesmeed. Het is dan ook niet verwonderlijk
dat bij het dragen het juweel als het ware één
wordt met de persoon die de opdracht gegeven
heeft en zich graag siert met zijn
gepersonaliseerd juweel.
Parels en edelstenen
Een grondige kennis van parels maakt hem tot een
gewaardeerd en erkend vakman in de internationale
parelhandel. Het kiezen en keuren van de parels
draagt dan ook bij tot een zekere harmonie met de
creatie en maakt het juweel als dusdanig nog
unieker. Het gebruik van edelstenen, zoals
diamant, saffier in alle kleuren en slijpvormen,
robijn enz. … gezet in het juweel, maken het
tot een zeer waardevol geheel.
Uniek juweel
De sierlijkheid in elk juweel is een
weerspiegeling van elementen die in de natuur
vorkomen en op zichzelf als een uniek juweel
kunnen worden gezien, deze elementen gestileerd
en versterkt met het edelmetaal en de edelstenen,
en het ambachtelijk vervaardigen van het juweel,
zorgen er voor dat de juwelen een artistieke
hoogstand zijn, in geen andere juwelenstrekking
te plaatsen. Het is dan ook niet te verwonderen
dat de juwelen van Arthur Houtman zeer gegeerd
zijn, niet enkel om het juweel, maar ook om zijn
kunstwaarde. Elk juweel is uniek en wordt nooit
een tweede maal gemaakt..
Dames en heren,
Het is niet Trui die Arthur Houtman vond, het is Arthur
Houtman die onze galerie vond en..; wij waren verbaasd :
verbaasd dat de bijzondere glimlach van een goudsmid uit
Aalst ons aan het verstand bracht dat hij het echt best aardig vond om hier aan
de kaai zijn goud, parels en edele stenen te etaleren.
Je zou eerder verwachten dat oosterse geuren zich voor zo’n
etalage zouden verdringen op een trottoir aan de Sablon.
De enige beroemdheid uit Aalst die ik mij nog persoonlijk
voor de geest kan halen is die kleine, ietwat kalende, bescheiden en gevoelige
man die beschreef hoe in een 19e eeuwse filature een kind vermorzeld werd onder de Mule Jenny.
Dagelijks kwam hij naar Het Licht op nummer 128 aan de
Sint Pietersnieuwstraat om zijn Boontjes te plegen, de parels die wij mochten
lezen in de Vooruit.
En net zoals Louis niet naar het miljoenenkwartier ging op
Sint Pietersaalst maar naar het Licht in de schaduw van het Volkshuis, zo gaat
Arthur evenmin hurken in de schaduw van het Brusselse Hilton maar komt hij hier
midden onder ons.
Voor Arthur, mede door zijn kennis in de restauratie van
antieke sierstukken, betekenden de creaties van René Lalique, Archibald Knox en
de gebroeders Wolfers het bereiken van
een hoogtepunt in de edelsmeedkunst en zo bleef de Art Nouveau voor hem een
blijvende inspiratiebron in het ontwerpen van zijn objets d’art.
Het is een avontuur om zijn lijnen te volgen, helder,
grootmoedig, ongeremd, sierlijk, het is fascinerend hoe hij de reflectie van
een diamant weet te combineren met het zwart van een parel uit Frans Polynesie,
hoe hij het geel van goud combineert met het blauw van saffier, het groen van smaragd, of het rood van robijn.
Het brengt je in vervoering hoe hij speelt met licht gaande van opaciteit tot het
translucide kleurenspel van het email, de verleiding is groot om de koele
schittering van het paarlemoer te voelen op je huid een zucht te laten en te
dromen van …dit verlaat mij niet , het voert je mee in een drift naar
…schoonheid .
Als ik vandaag kan genieten van het elegante curvenspel
van Arthur, van zijn gracieuze lijnvoering en meesterlijke stilering dan doe ik
dit vanuit een gevoel van onbehagen om wat ik in dit huidige ondermaanse mis:
een esthetisch engagement dat het banale wil overstijgen, een engagement dat geen genoegen meer neemt met
een vrijblijvend estheticisme , anders gezegd, met een mager soort
neo-conceptuele kunst die aansluiting zoekt bij modieuze kleinburgerlijke
trends zonder zich te bekommeren om het totale proces van de creatie van een
kunstwerk. Je zou haast beginnen denken dat heden ten dage in de wereld der
kunsten de woorden vakmanschap, materiaalkennis, handvaardigheid taboe zijn
behalve bij hen die met Purcell Hail! Bright Cecilia zingen .
Het zijn juist deze juwelen die mij herinneren aan de
Gentse schilder Jules Van Biesbroeck die velen onder ons kennen als de
ontwerper van de affiches in onze volkshuizen en die mede met andere gekende
kunstenaars uit het novecento werkte aan de esthetisering van zijn omgeving om,
met het idee “De wereld steunt op nieuwe
krachten”, men ook op een fraaie manier kan bijdragen tot de humanisering van
het menselijk bestaan.
Op 27 november was ik bij de voorstelling van het boek van
Gie van den Berghe “De mens Voorbij “ in het eclectische Art Nouveau-interieur
van l’Ecume des Jours op de Krijgslaan nr.4 om er te horen spreken over het
gedachtengoed van de Verlichting , over le Rêve d’Alembert en de maakbaarheid van de mens en dit verhaal
van Denis Diderot, vergeef het mij dames, a titilating story at the end is all
we finally need gentlemen, wil ik u bij deze niet onthouden:
Uit Les bijoux indiscrets, hoofdstuk 4, Evocatie van de
Genius:
De genius Cucufa is een oude hypochonder die, bang dat de
zorgelijke toestand van de wereld en de handeltjes van andere geniën zijn heil
in de weg zouden kunnen staan, zijn toevlucht heeft gezocht in een verlaten
gebied, om zich op zijn gemak te wijden aan de grenzeloze volmaaktheid van de
opperpagode, zichzelf te knijpen, zich de huid open te krabben, zich te vervelen,
schuilplaatsen voor zichzelf te bouwen, in razernij te vervallen en te creperen
van de honger.
Hij ligt er op een mat, zijn lichaam in een zak gestoken,
een touw om zijn middel geknoopt, armen gekruist op zijn borst, en zijn hoofd
weggezonken in een capuchon waar alleen het puntje van zijn baard nog
uitsteekt.
Hij slaapt, maar wekt de indruk dat hij mediteert….
welnu, na veel vijven en zessen verscheen deze genius dus
voor de sultan : “Wat is er van uw dienst, mijn zoon?”
“Iets heel eenvoudigs”, zei de Mangogul. “Ik zou mezelf
enkele geneugten willen verschaffen ten koste van de vrouwen aan mijn hof.”
“Toe maar!” repliceerde Cucufa. “Mijn zoon, uw begeerte is
groter dan die van en heel klooster brahmanen. Wat bent u van plan uit te halen met die bende dwaze vrouwen?”
“Te weten komen welke avontuurtjes ze beleven en hebben
beleefd, dat is eigenlijk alles.”
“Maar dat is onmogelijk,” zei de genius. “Van vrouwen
verlangen dat ze hun avontuurtjes opbiechten; dat hebben ze nog nooit gedaan en
zullen ze ook nooit doen.”
“Toch zal het geschieden,” sprak de sultan.
Daarop begon de genius te peinzen, terwijl hij zich achter
de oren krabde en met zijn vingers zijn baard kamde. Zijn meditatie duurde niet
lang.
“Mijn zoon,” zei hij tegen de Mangogul, “u bent me
dierbaar, uw wens zal worden vervuld.”
Onmiddellijk dook zijn rechterhand in een diepe zak die
onder de linkeroksel van zijn pij zat, en trok daar –samen met bidprentjes,
gewijde kralen, kleine pagoden van lood, beschimmelde snoepjes- een zilveren
ring uit tevoorschijn. Mangogul dacht eerst dat het om een ring van de heilige Hubertus
ging (u weet wel de sleutel en de ring van deze heilige zouden iemand van een
hevige begeerte kunnen genezen) .
“Zoals u ziet heb ik hier een ring,” zei hij tegen de
sultan. “Schuif hem om uw vinger, mijn zoon. Alle vrouwen die u de steen van de
ring toekeert, zullen hun avontuurtjes luid en duidelijk aan u vertellen, maar
u moet niet denken dat ze met hun mond spreken.”
“Wel verdraaid ! “ riep Mangogul uit. “Waarmee spreken ze
dan ?” “Met het meest openhartige lichaamsdeel dat ze bezitten, het deel dat
bovendien het best op de hoogte is van de dingen die u te weten wilt komen,”
zei Cucufa, “met het sieraad dat ze tussen hun benen dragen.”
“Met hun sieraad !” herhaalde de sultan terwijl hij in
lachen uitbarstte. “Dat is nog eens wat anders! Sprekende sieraden! Zoiets
raars heb ik nog nooit gehoord.”
Het vervolg van dit verhaal werd uitgegeven bij Athenaeum
– Polak & Van Gennep,
ik dank u
www.arthur-houtman.be

Tentoonstellingen (selectie)
2004 -
Magenta Aalst
2003 - Camea
- ontwerp gouden ajuin stad Aalst
- Magenta Aast
2002 - Kunstgalerie N. De
Bissop Munte
- Magenta Aalst
2001 - Basel Juwel Fair
- Gallery Thomas
2000 - Diamantmuseum Durbey
- Belaurum Antwerpen
1999 - Diamantmuseum Durbey,
opening door kroonprins Naruhito en prinses
Sayako (Japan)
- Groepstentoonstellingen: Schepdaal, St. Pieters
Leeuw
1998 - Museum Oud Hospitaal
Aalst: juwelen uit de regio
- Promotie collectie “zwarte diamant”
- Belaurum Antwerpen
1997 - Art Gallery Tokio, Japan
- Jewellery art: Helsinki
1996 - Diamant museum Durbey
- Free Art Aalst
.
Vermeldingen en nominaties (selectie)
2003 Erkenning door
verschillende internationale Parelhandelaars
2002 Raadgever choreografie
“parels” door Karin Post (nl)
2001 Medewerker Camea Antwerpen
Ateur ‘De parel”
2000 Ere bestuurslid: Oceania
Pearls: Mahina - Tahiti
Lid ‘the circle’, ontwerpers en
edelsmeden
1998 Oprichter Kunstgroep
Magenta
1997 Publicatie Japan Times
Asion News
Art and Gallery News Tokio
1974 Lezing over parels, als
eregast juweliersgilde Luxemburg

