trui@art-niva.be

Elie Elia

affiche

 

 

 

 

Elie Elia


collages - schilderijen - beeldhouwwerk
Galerij De Nieuwe Vaart 17 maart tot 1april 2007

Gentblogt over de tentoonstelling

 

Inleidend woord van Hendrik Braem

Voor mijn vrouw en mijzelf is het een bijzonder groot genoegen Elie hier te ontvangen en zijn werk ten toon te stellen.

In dit prolegomenon op de openingsrede van Dr. Michel Vandenbroeck blijf ik maar bij dit ene woord, dat zich sinds eergisteren in mijn cortex heeft genesteld, toen Elie en ik het terloops hadden over die stad waar men de kleine Rosa lompweg in het Landwehrkanal heeft gedumpt: Liebenswürdigkeit!

Als ik het nasla in mijn oude woordenboek, dat ik, toen het lezen van Die Weltbühne à la mode was, in die grote boekenwinkel in Unter den Linden, gekocht heb, dan vind ik er eigenlijk geen goed Nederlandstalig equivalent voor.

Dit duitse karakter accentueert immers zo beeldig dit paradoxale samengaan tussen het lieflijke en het sérieux, tussen het beminnelijke en het determinisme, het speelse en de orthodoxie, de humor en het noodlot

en daarom Elie zijt gij, is uw werk zo “beminnenswaardig” en hoop ik voor uw woorden, Dr. Michel Vandenbroeck, de juiste toon gezet te hebben

 

Openingsrede van Dr. Michel Vandenbroeck

Elie

Dames en Heren, Daar hangt hij weer. Elie.
Enfin 't is hij natuurlijk niet, die daar hangt. Maar toch.

Ge hebt het misschien gezien, dat kleine vierkantje.

Ik gluur door een vicieus cirkeltje
En beleef een boosaardig sprookje.
Ik leef

Dat staat daarop, op dat vierkantje.

Ik verleef mijn leven, zei Louis Paul Boon.
En wij mogen vanavond meegluren, door zijn vicieus cirkeltje. En wat krijgen we te zien?

Weet ge, mijn Nonkel Fons, zei altijd: Kunst is schoonheid en waarheid. Maar de waarheid is niet altijd schoon.
Hij had gelijk.

De wereld die we zien, hier aan deze witte muren, maar ook daarbuiten, op straat, is zekerst niet degene die we gedroomd hadden. 't Had pertang schoon kunnen zijn.

Toen Maurice Cauwe in 1957 de Grand Bazar in de Veldstraat opendeed, deed hij dezen fameuze toespraak.

Dames en Heren, zei hij, ik ben er van overtuigd dat over weinige jaren, dankzij den bestendige verhoging van de levensstandaard van de ganse bevolking, en dank zij ook de verkoop tegen gemakkelijke betalingsvoorwaarden, wij te Gent, evenals te New York, getuige zullen zijn van het opbeurende schouwspel van stoffelijke welvaart en comfort voor de arbeiders, bedienden, landbouwers en burgers, die uiteindelijk zal bijdragen tot het verdwijnen van het klasseverschil, dat men in de Verenigde Staten niet aantreft. Hiermee bedoel ik dat elk Gents gezin in het bezit zou zijn van een wasmachine, een radio, een ijskast, een televisie en van een auto.

We zijn nu juist geteld vijftig jaar later. De Grand Bazar bestaat al lang niet meer, er rijden meer auto's rond dan we kunnen verdragen, en al staat de stad vol zone dertig, ge moet verdomme uitkijken dat ze u niet van uw sokken rijden als ge niet zo goed ter been meer zijt, of als ge uw kinderen met de fiets naar school stuurt, behalve in de Belgradostraat, alleen daar kunt ge nog op uw gemak in't midden van 't straat wandelen, en ja, we hebben allemaal nen tévé, maar buiten het gesproken dagblad en de dood van bompa pfaff valt daar nu ook weer niet zo veel te beleven en alle koelkasten samen hebben een gat in onze ozonlaag geslagen, waar we elke zomer niet goed van zijn en dat het klasseverschil verdwenen is, dat moet ik u niet wijsmaken, ge moet alleen maar eens van het Smak naar hier komen gewandeld om dat te zien en in mijn gazet stond gisteren dat er nu 10.009 mensen in de gevangenissen zitten in ons land, dat zijn er 1698 meer dan er plaats voor is.

Kort bijeen is warm, zei mijne Nonkel Fons altijd.

Maar kort bijeen kan ook heel alleen zijn.

Enfin, om maar te zeggen, we verstaan daar niet veel van, van diene wereld en dat is maar goed ook, want als we dat allemaal zouden verstaan, dan hadden we geen tekeningen nodig, geen schilderijen, geen beeldhouwwerken, geen muziek, geen vicieuze cirkeltjes om door te kijken.

Of juist wel. Want kunst is natuurlijk niet de weerspiegeling van de werkelijkheid, het is de werkelijkheid van de weerspiegeling. En die is een stuk chaotischer geworden. Ik denk dat het dat is wat hij doet, Elie: een beetje chaos in de orde brengen, een beetje heerlijke wanorde. Tegen de haren inwrijven, en als ge dat lang genoeg doet bij uw kat, of bij uw lief, of bij uzelf: dan komt er elektriek op te staan.

Maar er is nog iets anders dat ik zie, door dat vicieuze cirkeltje. Het is iets heel kleins, soms een beetje vervormd, zodat ge 't bijna niet kunt zien. Het is een mens. Hij doet mij denken aan Ondineke, in Zomer te Ter Muren, die zegt "Alleen het kleine kostbare ogenblik telt". En tegelijk een mens die lacht als hij over zijn eigen bananenschil uitglijdt. Een mens die hoopt, wroet, fantaseert, rust en strijdt en telkens weer lacht, enfin, die leeft.

Elie, ik ben begonnen met iets te zeggen van mijn Nonkel Fons.
Maar hij heeft ook nog iets anders schoon gezegd.

De enige commentaar op kunst is een zwijgen, een zwijgen, even groot als de hemel zelf.

En dat is wat ik nu ga doen.

Dank u wel.

Michel Vandenbroeck

16 maart 2007

 

Elie Elia

 

 

 



cv - Dr. Paula Burghgraeve over het werk van Elie Elia

 

.

ontwerp affiche en flyer Elie Van Muylem en Brecht Van Muylem
alles loopt op rolletjes